Mediteren op duet kerkorgel en saxofoon
Jeroen de Valk
Maurik -
Wat hebben het kerkorgel en de saxofoon met elkaar?
Op beide instrumenten wordt geïmproviseerd.
Op het orgel al eeuwenlang, op de saxofoon ook al een jaartje of honderd.
Dat improviseren heeft wel een verschillend karakter.
Een jazzsaxofonist improviseert doorgaans over een akkoordenschema en een vaste beat,
een organist schuift het tempo naar believen in en uit elkaar.
En een saxofonist swingt, iets wat op zo'n traag reagerend kerkorgel bijna onmogelijk is.
Dat de twee werelden toch veel gemeen hebben,
merkte saxofonist Gijs Hendriks toen hij drie jaar terug, op vakantie in Zuid-Frankrijk,
in contact kwam met de plaatselijke componist en tevens organist Jacques Schönbeck.
De twee speelden wat samen en dat beviel uitstekend.
Aanleiding voor Hendriks om in Nederland een serie kerkconcerten te geven met organist Willem Tanke.
Schönbeck zelf was 'te duur en woont bovendien duizend kilometer ver weg',
zei de saxofonist in deze krant.
Met subsidie van het Fonds voor de Podiumkunsten -
dat eindelijk in de gaten krijgt dat Hendriks wel degelijk streeft naar 'artistieke vernieuwing' -
kon Schönbeck dit jaar wèl naar Nederland komen.
De tournee begon gisteren in de kleine Onze Lieve Vrouwe-ten-Hemelopneming-kerk te Maurik,
waar de twee musici met een minimum aan gecomponeerd materiaal begonnen te improveseren
terwijl de regen gezellig op het dak kletterde.
Voor de pauze bestond de bijdrage van Schönbeck uit één langgerekte klank
die langzaam aanzwelde en heel geleidelijk van timbre veranderde.
Die klank begon als een aarzelend fluitend theeketeltje,
ging over in het geier van een DC-9,
werd een spookachtig akkoord -
als in de soundtrack van een film waarin het Monster van Frankenstein wederom tot leven wordt gebwekt -
ging zó doordringend grommen dat de vloer ervan trilde
en kwam tot een einde met een vredig, simpel akkoord.
Niet mis, in aanmerking genomen dat hij bijzonder ontevreden was met het nieuwerwetse orgel aldaar.
Hendriks - die plaatsnam tussen het Lam Gods en Adam & Eva -
dedd soms mee aan die geluidenmakerij;
hij blies toonloze lucht door zijn sopraansaxofoon -
;pfffrrrt, pfffrrrt' -
en liet de kleppen van zijn baritonsax ploppen: 'ploep-ploep'.
Maar meestal was hij in de weer met meer dan pure geluidenmakerij.
Hij bedacht melodieën en baslijntjes,
suggereerde harmonieëen
en blies zelfs een even spontane als hartverscheurende variatie op
de Billy Strayhorn-ballad Chelsea Bridge.
Schönbeck beperkte zich echter grotendeels tot langgerekte akkoorden.
Dat is zijn specialiteit, liet hij weten;
zijn composities duren soms wel acht uur.
Hij wil hiermee de luisteraar 'in deze jachtige wereld' voorzien van 'een ander tijdsbesef'.
Zijn fans prijzen het rustgevende, yoga-achtige effect ervan.
Ook in Maurik legden sommige lusiteraars het hoofd in de armen,
teneinde weg te mediteren.
Maar met zo'n jazzmuzikant aan je zijde kan iets meer vaart geen kwaad.
Zijn vierjarige dochtertje vond het allemaal best;
het legde een dekentje neer op de kerkvloer en viel vredig in slaap.
|