Home Up Inhoud Nieuwsbrief 

Pers 1998
Pers 2003 Pers 2002 Pers 2001 Pers 2000 Pers 1999 Pers 1998 Pers 1997 Pers 1996 Pers 1995

 

KDOV-blad (december):
MIDI-pijporgel in Maurik

Inaugurale rede prof. dr. A.C. Vernooij (oktober):
Muziek als liturgisch teken

MusicMaker (mei):
Midi in de kerk

Reformatorisch Dagblad (24 april):
Het expressieve effect van de synthesizer

Dagblad Rivierenland (4 april):
Midi-out-pijporgel is uniek voor Nederland

De Gelderlander (3 april):
Mauriks orgel vult leemte in lichte muziek

Gregoriusblad (maart):
Pijporgel en elektronische klankmodulen verenigd

De Gelderlander (14 februari):
Elektronische klanken uit orgelpijpen

De Orgelkrant (januari):
Nieuw 'midi-orgel' voor Maurik

 

KDOV-blad (december 1998)

 

MIDI-pijporgel in Maurik

Afgelopen jaar is in de OLV ten Hemelopnemingkerk in het Betuwse Maurik een orgel van de Groningse orgelbouwfirma Mense Ruiter Orgelmakers in gebruik genomen. Het betreft een midi-pijporgel: een mechanisch pijporgel, dat via midi-contacten elektronische muziekinstrumenten aan kan sturen.

Tot vroeg in de zeventiger jaren stond in de Maurikse RK kerk een mooi klein orgeltje van Maarschalkerweerd. Als gevolg van de verwoestende werking van de boktor is de parochie toen echter gezwicht voor het financieel aantrekkelijke elektronische alternatief: in ruil voor het bestaande instrument kreeg men een klein elektronisch orgeltje met bovendien nog geld toe. Bovendien zou het orgelonderhoud bijna niets gaan kosten. Halverwege de tachtiger jaren is zelfs een nieuwe elektronisch model aangeschaft: een `klassiek model' met volledig vrij pedaal!

In 1995 ontstond de behoefte om de instrumentale begeleiding in Maurik voortaan toch weer akoestisch aan te gaan pakken. Men ging voortvarend te werk: de stichting storm werd opgericht die gelden bijeen moest brengen om de parochie in staat te stellen een pijporgel aan te schaffen. Er werden loterijen, rommelmarkten, hobbybeurzen en kerstmarkten georganiseerd. Ook werd er achter in het kerkgebouw een hoek ingericht waar speciaal voor en door storm vervaardigde artikelen konden worden aangeschaft. En uiteraard verscheen daar ook en thermometer waar men de fondsgroei op de voet kon volgen. Men name als gevolg van al die acties werd de groep orgelenthousiastelingen steeds groter. We kwamen tot het besef dat het aan te schaffen orgel in vruchtbare aarde zou gaan vallen: velen hebben er immers zelf hard voor gewerkt.

Naast het doen groeien van het fonds was storm ook op zoek naar een muzikaal, architectonisch en financieel passend instrument. Op het moment dat de wanhoop het grootst leek - alle gevonden opties bleken kwalitatief ondermaats - bereikte ons in de zomer van 1997 het bericht dan men in Groningen samen op weg zou gaan, waardoor er twee orgels overcompleet zouden worden. Ruggespraak met Ton van Eck van de kkor en snel reageren via internet leverden ons het waardevolle contact op met Mense Ruiter Orgelmakers. De beslissing was eigenlijk tamelijk snel genomen.

Ondergetekende was in deze tijd nog leerling aan het Utrechts Conservatorium bij Willem Tanke. Veel tijd werd in deze lessen besteed aan de hedendaagse muziek, ook aan werken voor de combinatie orgel en klanksporen. Bij uitvoering van zulke werken werd een Revox-band gestart, tijdens welke de organist zijn partij speelde, soms mengend, soms contrasterend. In deze lessen ontstond het idee deze ontwikkeling ook in de orgelbouw tot uiting te laten komen; het moest toch mogelijk zijn om al orgel spelend ook met de elektronica te kunnen musiceren i.p.v. slechts een tape af te spelen.

Uiteindelijk is zo een orgel ontstaan, waarvan de speeltafel enerzijds het `gewone' mechanische pijporgel bestuurt, en daarnaast ook een zelf aan te sluiten synthesizer. Hiervoor is het instrument aangevuld met Tannoy-luidsprekers, geplaatst in beide pedaaltorens, een Yamaha tg77 synthesizermodule en een pa-versterker en een mixer van Mackie. Dit nieuwe instrument heeft inmiddels Ren' Uijlenhoet, Peter Bares, Willem Tanke en Jan van Maanen aangezet tot nieuwe composities. En vele componisten zullen volgen.

Hoe gaat alles nu praktisch en muzikaal in zijn werk?
Het fantastische van een synthesizer is dat de gebruiker elk geluid kan ontwerpen dat hij zelf wil. Dit ontwerpen gebeurt idealiter bij het orgel, om de combinatie met pijpklanken meteen te kunnen testen. In mijn geval doe ik ook veel bij mij thuis in Amsterdam. Hier heb ik immers een Yamaha sy99 staan, waarvan de opgeslagen gegevens goed uitwisselbaar zijn met de tg bij het orgel. Elk orgelklavier heeft zijn eigen vaste midi-kanaal: het borstwerk staat op 1, het hoofdwerk op 2 en het pedaal op 3. Temeer omdat beide klavieren aanslaggevoelig zijn, kan nu bijna elke muzikale wens vervuld worden.
Inmiddels heb ik al veel kunnen experimenteren met allerhande klanken, die de bestaande orgelklanken in een totaal andere context kunnen plaatsen. Een toon van een pijp kan beweeglijk gemaakt worden, al dan niet afhankelijk van hoe snel deze wordt aangeslagen. Maar ook kunnen allerlei `familieleden' ontworpen worden, die de orgelklanken in een niet eerder gehoord daglicht kunnen zetten.

Het kerkvolk hoort haar orgel in vele gedaanten. Wekelijks komen vele muziekstijlen aan bod, soms in combinatie met elektronische klanken. Eén bepaalde angst werd ook snel weggenomen: de elektronica bleken geen dispositie-uitbreidende maar een zelfstandig muzikale functie te hebben. Van een elektronisch orgel hadden we immers juist zo bewust afscheid genomen!

Mocht u meer informatie willen hebben over dit bijzondere instrument, dan kunt u dat vinden op de STORM-site. Ik kan me echter voorstellen dat u het instrument graag eens zou willen horen. Dat kan natuurlijk in de zondagavondconcerten, maar u kunt ook een afspraak met ondergetekende maken voor een uitgebreide demonstratie.

Jos Beijer (020-6123359)

Top

Liturgie in perspectief 10 (9 oktober 1998)

 

Muziek als liturgisch teken

Rede, in verkorte vorm uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar liturgische muziek aan de Theologische Faculteit Tilburg door Anton Vernooij

CITAAT
5.2 Mogelijkheden, geboden door de moderne klanktechniek

Het ligt voor de hand dat onderzoek naar de betekenisgeving van de liturgische muziek zich ook verdiept in de ontwikkelingen en mogelijkheden van de moderne klanktechnologie. Naast een flinke uitbreiding van de expressiemogelijkheden biedt de schijnbaar onbegrensde techniek nieuw houvast bij de muzikale analyse van taalexpressie, en biedt zij tot nog toe ongekende mogelijkheden op het gebied van notatie, waarbij pen en papier van de componist worden vervangen door bijvoorbeeld de computer met zijn audiogrammen en toonspectra. Voor ons is ten slotte van belang dat het met behulp van elektronica mogelijk is microscopisch - beter gezegd: microfonisch - in de klank binnen te kijken, het innerlijk leven van een klank te beluisteren. In de wereld van de elektronische muziek noemt men dat in den Klang hineinhören of listening to the innermost sound.
Ik noemde de nieuwe vormen van expressie die zich via de moderne klanktechniek aandienen. De nieuwe elektonische mogelijkheden hebben het gebied van de muziek potentieel aanzienlijk uitgebreid. Zo wordt de ruimte van de toonhoogte niet meer begrensd door de menselijke stem of de mogelijkheden van de traditionele instumentenbouw. Ook blijft het klankfenomeen niet langer beperkt tot dat wat ons menselijk oor kan waarnemen. En dat terwijl we weten dat de kwaliteiten van ons auditief orgaan, vanaf de dag waarop het met de rest van ons lichaam geboren is, achteruit zijn gehold, mede ten gevolge van de continu-klanken en vooral de sterke geluidsdynamiek die de stilte voortdurend uit ons dagelijks leven verdrijven. Ik kom op dit laatste nog terug. Met behulp van elektronica kunnen geheel eigenzinnige timbres en ongehoorde klankspectra worden gesynthetiseerd.
Ten behoeve van hen die menen dat dit alles niet toepasbaar is op iets dat zo aan conventies en ritualiteit gebonden is als de liturgie, wil ik in herinnering roepen wat reeds gezegd werd over riten in het maatschappelijk leven. Ook wil ik wijzen op een hiermee samenhangende ontwikkeling die zich al vanaf de jaren vijftig en zestig heeft voorgedaan bij de toepassing van de elektronische technologie, namelijk een geleidelijke standaardisering van de bouw van synthesizers en een daaraan aangepaste conventionalisering van de bespelingswijzen van deze instrumenten. We kregen dus vaste toonhoogten, vaste instrumenten, conventionele tonale en ritmische patronen, geprogrammeerde drum-sequencers, klavieren met vaste akkoorden enzovoort. Op 18 april van dit jaar werd in de rooms-katholieke kerk van Maurik, in de Betuwe, een nieuw en bijzonder orgel in gebruik genomen. Het is een zogeheten midi-orgel, waarbij de mogelijkheden die een traditioneel orgel biedt, kunnen worden gecombineerd met elektronisch opgewekte geluiden. Hierdoor krijgt de muzikale taalexpressie nieuwe mogelijkheden en een nieuwe impuls, ook binnen de liturgie, met haar geheel eigen betekenisgeving van de muziek.
Degenen die angstdromen krijgen bij deze zo minutieus geregistreerde en geprogrammeerde klankwerelden, kan ik geruststellen. Bij de opkomst van de elektronische muziekproductie halverwege de jaren vijftig, koesterden pioniers als onder anderen Karl-Heinz Stockhausen de illusie dat zij voortaan een totale rationele controle over de muziek zouden hebben, dat zij de muziek stelselmatig en volledig naar hun hand zouden kunnen zetten, en dat de elektronische productiewijze alle andere vormen van muziek maken zou verdringen. In de praktijk is echter gebleken dat de menselijke geest geen genoegen neemt met door anderen vastgelegde muziek. Wel zijn zowel professionals als amateurs zich meer en meer gaan bedienen van de nieuwe expressiemiddelen ten dienste van eigen creaties. De genoemde ontwikkelingen blijken derhalve geen bedreiging te zijn voor het autonome musiceren.
Dit laatste wordt overigens wel bedreigd door de mogelijkheden tot digitalisering die vanaf de jaren zestig een bijzondere fonografische muziekcultuur in opmars hebben gebracht. Hierbij wordt muziek niet meer alleen met gebruikmaking van elektro-akoestische middelen in studio's uitgevoerd en geregistreerd, en vervolgens aan de muziekmarkt aangeboden. Die registratie is namelijk nog maar het begin van een proces dat voorziet in een aantal bewerkingen van het materiaal alvorens het naar buiten wordt gebracht. De Beatles hebben deze werkwijze voor het eerst tot artistiek productiemiddel verheven. Dit proces bestaat onder meer in het overdubben, in snelheidstranspositie, in het achterstevoren afspelen van een bankje, in elektronische transformatie enzovoort. Deze nieuwe mogelijkheden kunnen relevant worden voor de liturgische muziek wanneer groepen deze vorm van muziekproductie als behorend tot hun leeftijdscultuur zullen pogen te integreren in de liturgie. Zij zullen dit niet zozeer realiseren door imitatie, omdat de middelen en dikwijls ook de muzikale capaciteiten daartoe ontbreken, maar door er in hun innerlijk gehoor en in hun - wat dit betreft, kinderlijk gebleven - fantasie wel bovengenoemde kwaliteiten aan te verbinden hoewel de uitvoering door henzelf waarschijnlijk heel primitief is. Dan doet zich een nieuwe versie voor van het eeuwenoude probleem van de divergentie tussen datgene wat iemand innerlijk hoort en het uiterlijk geproduceerde resultaat daarvan. Het is het psychologische probleem van het verschil tussen het innerlijk en uiterlijk horen. De vraag is dus hoe deze zogeheten sample-cultuur zich verhoudt tot de life-direct gerealiseerde muziekcultuur. De tekenwaarde van dergelijke op amateurniveau uitgevoerde imitaties van muziek, die oorspronkelijk hoogst professioneel is samengesteld na veelvuldig herhalen, wegknippen, filteren, heropnemen, aanpassen, toevoegen, weglaten en combineren, wordt wezenlijk beïnvloed door wat met laat horen en wat men meent te laten horen. In hoeverre zullen de aanwezige luisteraars en niet-uitvoerenden er op hun beurt ook maar een zweem in horen van het gepolijste en zo perfect mogelijk vervaardigde klankbeeld van het fonogram dat als voorbeeld werd genomen?
EINDE CITAAT

Top

MusicMaker (mei 1998)

 

Midi in de kerk

In de Katholieke kerk in Maurik is onlangs een voor Nederland uniek midi-orgel in gebruik genomen. Het betreft een akoestisch pijporgel en elektronische klankmodulen. Aan de wieg ervan stonden Willem Tanke (docent orgel aan het Utrechts Conservatorium), Ernst Bonis (specialist in FM-synthese en docent organologie), orgelstudent en vaste organist in Maurik Jos Beijer en orgelbouwer Mense Ruiter.
In 1994 gaf Tanke tijdens een symposium over orgelbouw in Frankfurt a/d Oder een lezing waarin hij een pleidooi hield voor de integratie van muziektechnologie in de klassieke orgelbouw. In een toelichting schrijft hij: 'In de periode 1500-1900 reageerden orgelbouwers steeds op belangrijke ontwikkelingen in de muziek. In de twintigste eeuw gebeurde dit niet. Op de drempel van de 21e eeuw kan de traditie weer in ere hersteld worden door oriëntatie op muziektechnologie, een cruciale ontwikkeling in de instrumentenbouw.' En: 'Het orgel is de morele voorvader van elke synthesizer. De overeenkomsten zijn zo frappant (het werken met programmeerbare klankcombinaties en boventoonstructuren, het imiteren van andere instrumenten et cetera) dat een confrontatie onvermijdelijk is.'
Zowel de klavieren van het pijporgel als het pedaal zijn van MIDI OUT voorzien. Sensoren onder de toetsen maken aanslaggevoeligheid mogelijk en achter de pedalen zijn twee Yamaha foot-controllers geplaatst: FC7 (volume) en FC4 (switch-pedaal). Tijdens het inwijdingsconcert dat op 18 april plaatshad is gebruik gemaakt van onder meer de Yamaha SY99, met door Ernst Bonis ontworpen klanken. Voor wie nieuwsgierig is geworden volgt hier het programma van de Concertserie 1998 in de R.K. kerk O.L.V. ten Hemelopneming in Maurik: vrijdag 15 mei, 20.00 uur: UM-Examenconcert (Jos Beijer, HKU-ensemble); zondag 21 juni, 14.00 uur: Vaderdagconcert (Janno den Engelsman); zondag 12 juli, 14.00 uur: WK-Concert (Jamie de Goei); zaterdag 1 augustus, 14.00 uur: Rommelmarkt-Concert (Jos Beijer); zondag 6 september, 14.00 uur: Kerkjubileumconcert (Willem Jan Cevaal, Schola Cantorum); zondag 18 oktober, 16.00 uur: Wereldmissiedagconcert (Astor Ensemble, met Willem Tanke); zondag 8 november, 14.00 uur: Willibrordconcert (Bas Groenewoud); vrijdag 26 december, 14.00 uur: Kerstconcert (Hollands Symphonisch Duo).

Top

Reformatorisch Dagblad (24 april 1998)

 

Het expressieve effect van de synthesizer

In Maurik krijgt elektronica zelfstandige functie als supplement van het pijporgel

door ir. W.J. Eradus
Het pijporgel en de elektronische synthesizer hebben van alles met elkaar te maken, is de overtuiging van Willem Tanke, docent hoofdvak orgel aan het Utrechtse Conservatorium en expert op het gebied van moderne orgelmuziek. "Met zijn registers en de programmeerbare klankcombinaties is het klassieke pijporgel als het ware de voorvader van de synthesizer". Deze opzienbarende mening kreeg vorige week handen en voeten in de rooms-katholieke kerk van het Betuwse Maurik bij het inwijdingsconcert van het eerste Nederlandse pijporgel met midi-synthesizer. Een voorproefje van de orgelcultuur na het millennium?

Willem Tanke: "Al op de middelbare school raakte ik geboeid door het transcendente karakter dat orgelmuziek en elektronische muziek kunnen hebben. Ik volgde als orgelstudent aan het Utrechts Conservatorium lessen elektronische muziek bij Ton Bruynèl. Bij uitvoeringen van zijn composities bespeelde ik het orgel en liet ik een band met elektronische klanken meelopen. Na mijn studie werkte ik een tijd als programmeur bij een softwarebedrijf. Daarna raakte ik als docent weer bij het Utrechts Conservatorium betrokken. Sindsdien heeft het denkbeeld om orgel en computer met elkaar te verbinden me niet meer losgelaten".
In 1992 gaf Tanke een lezing over orgelbouw en muziektechnologie, waarin hij een warm pleidooi over de bouw van een MIDI-orgel hield. Deze gebeurtenis markeerde het begin van een hechte samenwerking met Ernst Bonis, als docent klanksynthese verbonden aan de faculteit kunst media en technologie, en Jos Beijer, toen in Utrecht student orgel en muziektechnologie. Hun doel was een pijporgel te bouwen dat via een MIDI-Out-poort tegelijk elektronische klanken kon voortbrengen. Als plaats werd de rooms-katholieke kerk van Maurik, waar Beijer organist was, gekozen. Daar moest toch een nieuw pijporgel ter vervanging van het elektronische surrogaat komen. Met zijn enthousiasme wist Jos pastoor en parochie ervan te overtuigen dat dit een orgel met MIDI-mogelijkheden moest worden.

Stormvlaag
Om de plannen een deugdelijke financiële basis te geven, werd de stichting Storm in het leven geroepen, de afkorting van STichting Orgelfonds Rooms-katholieke kerk Maurik. Sceptici legden al direct het verband met een glas water. Op zoek naar een instrument deed de `stormvlaag' Keulen aan. De kwaliteit van het Duitse pijporgel, dat door zijn uitzonderlijke klavieromvang van zes octaven erg geschikt leek, stelde echter ernstig teleur. Daarop draaide de `storm' naar het noordoosten en kwam hij bij de Groningse orgelbouwer Mense Ruiter terecht. Mense Ruiter had een orgel, afkomstig uit de gereformeerde Regenboogkerk in Groningen, in de aanbieding. Het inmiddels twintig jaar geleden gebouwde neobarokke instrument met dertien stemmen, verdeeld over hoofdwerk, borstwerk en pedaal, leek een betere optie. Na positief advies van dr. Ton van Eck, adviseur van de Katholieke Klokken- en Orgelraad, is besloten dit instrument in Maurik op te bouwen en uit te breiden met een aanslag- gevoelige MIDI-Out-interface, aangevuld met een set `foot controllers' van Yamaha. Hiermee zou de integratie van kerkorgel en synthesizer in een liturgische setting een primeur in Nederland kunnen worden.

Discussies
Na jaren van vooral financiële voorbereiding was de ingebruikname van de installatie zaterdag een feit. Jos Beijer schreef `Kroniek', een driedelig werk ter opening van het ingebruiknameconcert. In een modern muzikaal idioom passeert hierin de voorgeschiedenis de revue. In het eerst deel, `Plannen', begeleidde Beijer voor de laatste keer het kerkkoor op het oude elektronicum, een analoge Eminent. Vervolgens ging het koor muzikaal behoorlijk ruziemaken. Onder de titel `Discussies' werd in Maurik nog even voor het publiek de zware strijd tussen de voor- en tegenstanders van het project uitgevochten. In het derde deel, `Harmonie', kwam echter de oplossing en klonk na verscheidene variaties een harmonieuze samenzang, die de schoonheid van het nieuwe orgel bezong. Het elektronicum werd daarna door twee sterke mannen met stille trom afgevoerd.
Hoewel het daarna vertolkte atonale repertoire niet de directe streling van het oor ten doel had, bleef het verrassingseffect van een telkens veranderende mix van orgel en synthesizer zo sterk, dat ik het gebruikelijke gebrek aan comfort van de katholieke kerkbanken niet eens merkte.

Gloeidraden
De compositie `Filamenti' was eveneens voor deze inauguratie geschreven. Het is een typisch stuk programmamuziek, geënt op de nieuwe klanktechnologie. Filamenti is het Italiaanse woord voor gloeidraden. Componist René Uijlenhoet verklankt hier - volgens het uitvoerige programmaboekje - dat `het orgel, de bejaarde koningin van de muziekinstrumenten, begeleid en soms zelfs aangevallen wordt door een horde jonge elektronische klanken. De elektronica probeert de generatiekloof te dichten door zich voor te doen als het vervallen binnenwerk van een reusachtig klavecimbel. De enorme klankmassa's die ontstaan tijdens de climax van het werk, zorgen ervoor dat de virtuele snaren en kabels van de geluidsapparatuur zachtjes beginnen te gloeien'.
Zo stuwend en vol onrust als dit werk was, zo vredig en `pastoraal' klonk daarna het door Willem Tanke geschreven `My friend the indian', dat is opgedragen aan zijn orgelstudent Jos Beijer. `Een rustige melodie met een zich ostinaat herhalend begeleidingsmotief roepen, met een zekere tijdloosheid, het beeld op van een groene laagvlakte. Diverse natuurgeluiden en een instrumentale tweede melodie, voortgebracht door de Yamaha-synthesizer, omlijsten de orgelklanken'. Om een intiem achtergrondgeluid aan het borstwerk te ontlenen, werden de galmopeningen provisorisch met programmabladen afgedekt. Techniek heeft zelfs hier haar grenzen!

Commentaar
In zijn toespraak memoreerde de heer Veldkamp, directeur van Mense Ruiter Orgelmakers, dat hij `wel even moest slikken' toen bleek dat er in zijn orgel elektronica moest worden aangebracht. `Toch hebben we met plezier aan dit project gewerkt. De heer Hartlief heeft met respect voor het bestaande orgel de MIDI-installatie aangebracht, zodat we nu twee zelfstandige muziekinstrumenten in één concept hebben: een akoestisch instrument en een synthesizer. Dat is toch wel een prachtig unicum in Europa'.

Ook dr. Ton van Eck liep aanvankelijk niet over van enthousiasme toen hij hoorde van `die wilde plannen daar in Maurik'. Toch besloot hij zijn nek uit te steken en als adviseur op te treden. `Jos was erg enthousiast en ook daarom wilde ik hem een kans geven'. Hij was blij dat Maurik nu af is van het elektronicum, dat `net zo bedrieglijk is als de discipel Judas. Het is opgevolgd door andere elektronica, die veel eerlijker is'.

Folkloristische snuisterijen
In feite vindt Van Eck `dit experiment in Maurik, hoe origineel ook, niets anders dan het logische gevolg van een ontwikkeling in de orgelbouw. (...) Immers, al vroeg in deze ontwikkeling hebben orgelmakers getracht de expressiviteit van de orgeltoon te verhogen en de instrumenten te voorzien van min of meer folkloristische snuisterijen zoals nachtegalen en andere vogelgeluiden, pauken, trommels en klokkenspellen'. Ook de ontwikkeling van de tremulant, ter imitatie van het beven van de menselijke stem, en de zwevend gestemde Prestant, die vooral in Italië onder de naam Voce Humana werd toegepast, ziet Van Eck als oude middelen ter verhoging van de expressiviteit.
In 1712 vond de Londense orgelmaker Abraham Jordan de `Swell' uit, waarmee de orgeltoon geleidelijk kon toe- en afnemen. Deze mogelijkheid tot dynamiek, tot expressiviteit, leidde bij het Duits-romantische orgel omstreeks 1900 tot ontwikkeling van een register- of generaal crescendo. Door een rolzweller met de voet te bewegen werd het volgens Van Eck mogelijk om `bij een nagenoeg ongemerkt wijzigende klankkleur in een naadloos crescendo aan te zwellen van het zachtste pianissimo tot een overweldigend fortissimo, een effect waar Max Reger in zijn monumentale fuga's nogal eens gebruik van maakte'.

Nostalgie
De Franse orgelvirtuoos Jean Guillou heeft in zijn boek `L'Orgue, souvenir et avenir' (Het orgel, herinnering en toekomst) onder meer een pleidooi gehouden voor de bouw van een pijporgel waarin de klank van de pijpen door variabele toetsdruk en variabele winddruk beïnvloed zou kunnen worden. Of we het nu eens zijn met de meer dan eens excentrieke en hoogstpersoonlijke visie van Guillou of niet (Van Eck gelooft niet dat zijn ideeën bij de huidige stand van de techniek te realiseren zijn, red.), hij streeft in elk geval naar vernieuwing en blijft niet hangen in de valse nostalgie dat vroeger de orgelbouw altijd beter was'.
Over het Maurikse project stelt Van Eck concreet dat de aangebrachte voorzieningen op het fraaie Mense Ruiter-orgel tevens `allerlei andere, zeer expressieve effecten mogelijk maken. (...) Het voegt een extra dimensie toe aan het instrument'. `Eindelijk wordt de elektronica niet tot een surrogaat voor de pijporgelklank gedegradeerd, waar ze nooit op bevredigende wijze in heeft kunnen slagen, maar krijgt ze haar eigen zelfstandige functie als supplement van het klassieke pijporgel. Die combinatie, mits gewetensvol toegepast, kan nieuwe wegen openen voor de (kerk)muziek en voor de appreciatie van het klassieke pijporgel'.

Top

Dagblad Rivierenland (4 april 1998)

 

Midi-out-pijporgel is uniek voor Nederland

Thermometer geldinzameling in kerkje Maurik te kort

Van onze correspondent
Maurik - Vier premières zijn binnenkort te horen op het nieuwe midi-out-pijporgel in de roomskatholieke kerk in Maurik. Eén daarvan is de muzikale geschiedschrijving van en door organist Jos Beijer over hoe de parochie naar dit orgel is toegegroeid. Er is jaren gespaard om financiering van het pijporgel mogelijk te maken. Nu staat de geldthermometer in de kerk op 102.000 gulden en meldt de werkgroep, die zich jarenlang inzette met de geldinzameling, trots dat deze zelfs te kort is.

De parochie 'Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming' in Maurik heeft weer een 'pijporgel'. Vorige week werd het orgel geplaatst. Op dit moment is orgelbouwer Jan Veldkamp van de firma Mense-Ruiter, die in 1978 het orgel heeft gebouwd, volop bezig met de installatie.
Eerst 'intoneert' hij het orgel (hij zorgt ervoor dat de wind zo in de pijpen wordt geblazen dat er een goed geluid uitkomt). Dit is een zeer precies werk. Na het intoneren wordt het orgel gestemd. Het stemmen gebeurt door de pijpen waar nodig iets te verwijden of te vernauwen, zodat er een lagere of een hogere toon wordt geproduceerd. Deze werkzaamheden nemen ongeveer tien dagen in beslag.
Het orgel is een zogenaamd 'midi-out-orgel'. Het woord 'midi' zegt overigens niets over de grootte van het orgel. Een 'midi-out-pijporgel' betekent dat de organist al spelend ook high- tech elektronische instrumenten, zoals een synthesizer, kan laten klinken. Dit geeft een ongekende uitbreiding van de klankrijkdom van het orgel. Dit terwijl deze al erg groot is met zijn ruim 1300 pijpen.

Het orgel is een in het oog springend''sieraad'. Door de toevoeging van elektronische instrumenten is het úniek in Nederland. Zover nu bekend staat er slechts één orgel met soortgelijke mogelijkheden in Zuid-Duitsland. Veldkamp vindt het daarom een enorme uitdaging hieraan mee te werken.
De inwijdingsactiviteiten beginnen op zaterdag 18 april om 19.30 uur met een concert. Naast het eigen parochiekoor werken mee de organisten Willem Jan Cevaal, Willem Tanke en Jos Beijer. Beijer is de vaste organist van de parochie. Naast een goed musicus is hij ook iemand die graag experimenteert met muziek. Beijer is zo'n beetje de geestelijke vader achter het 'midi-out-orgel' van de parochie.
Tijdens het concert zullen de toehoorders getuige zijn van vier wereldpremières. De eerste is de 'kroniek' van de hand van Jos Beijer zelf. De andere drie premières zijn door Peter Bares, René Uijlenhoet en Willem Tanke speciaal voor dit orgel geschreven.
Op zondagmorgen 19 april zal de liturgische ingebruikname plaatsvinden en zal de speciaal voor deze gelegenheid gecomponeerde 'MaurikMis' worden gezongen. Na afloop van de mis zal er Open Dag worden gehouden. Een ieder, beginner of gevorderde, mag even spelen op het nieuwe orgel.

Doorzettingsvermogen
Het huidige orgel is niet het eerste pijporgel dat in de kerk heeft gestaan. Zo'n 35 jaar geleden had men ook een pijporgel maar dat was dermate aangetast door de boktor dat deze van de hand werd gedaan. Geld om het orgel te restaureren was er niet. Een elektronisch orgel kwam hiervoor in de plaats.
Maar in de loop der jaren werd de roep binnen de parochie om een echt pijporgel steeds groter. Om dit te verwezenlijken werd de stichting `Storm', wat staat voor Stichting Orgelfonds Rooms katholieke kerk Maurik opgericht.
Deze enthousiaste groep mensen heeft bewezen over een enorm doorzettingsvermogen te beschikken. Want toen ze in 1994 begonnen met het opzetten van diverse acties hadden ze een streefbedrag in hun hoofd van maar liefst 100.000 gulden, minimaal noodzakelijk voor de aanschaf en het onderhoud. In juni 1994 werden certificaten uitgegeven van 100 gulden, hier werden er zo'n dertig van verkocht. De grootste sprong vooruit was een verloting met als hoofdprijs een nieuwe personenauto. Hiervoor moesten drieduizend loten van 25 gulden stuk verkocht worden. Na twee maanden bleken nog slechts 200 van de 3000 loten te zijn verkocht. Maar mede dankzij het rotsvaste geloof dat de actie zou gaan slagen, waren in februari 1995 bijna alle loten verkocht. Zelfs Kardinaal Simonis werd benaderd en ook hij kocht loten.
Daarnaast werden er nog diverse andere acties gehouden. Zo ging men tweemaal met een zeer groot gezelschap dineren onder de slogan `eten voor het orgel'. Een deel van de inkomsten kwam ten goede aan de stichting. Ook werd er drie jaar geleden gestart met een rommelmarkt/bazaar en daarnaast verkocht men kaarsen, T-shirts, handdoeken, wijn en nog vele andere artikelen. Met succes.

Top

De Gelderlander (3 april 1998)

 

Mauriks orgel vult leemte in lichte muziek

Door onze verslaggeefster
MAURIK - Zelf spreekt Storm van een 'nieuwe impuls voor de hedendaagse klassieke muziek'. Storm, dat is de Stichting Orgelfonds Maurik, en waar het allemaal om draait is het nieuwe orgel in de katholieke kerk aan de Buitenweg in het dorp. Een bijzonder instrument, een combinatie van een akoestisch pijporgel en electronische klankmodulen, zoals het wordt omschreven. Het eerst in zijn soort in Nederland, en één van de eersten in Europa.
Met gepaste trots meldt Storm: 'Door de komst van dit instrument, dat akoestische en electronische klanken combineert, zal de leemte tussen klassieke en moderne lichte muziek ontgonnen kunnen worden.'
Twee jaar hard werken resulteert op zaterdag 18 april (19:30 uur) in een inauguratieconcert, waarin voor de Maurikse organist Jos Beijer een grote rol is weggelegd. Niet ten onrechte, zo lijkt het, want Jos Beijer is de man die het initiatief nam tot de bouw van het bijzondere 'Midi- orgel'. Het concert wordt dan ook geopend met een compositie van zijn hand die symbool staat voor de ontwikkeling en komst van het nieuwe instrument in Maurik.

Kroniek
'Kroniek' heet die compositie. De ontstaansgeschiedenis van het Midi-pijporgel wordt beschreven in een steeds nootarmere modaliteit, zo leest de aankondiging.
Deel één ('Plannen') symboliseert de oude situatie: het koor wordt nog op het oude electronische orgel begeleid. In deel twee ('Discussies') klinkt de overlevingsstrijd tussen aartsklagers en doeners, in een gevecht tussen electronisch orgel en pijporgel. In deel drie ('Harmonie') volgt de oplossing, en klinkt na verscheidene variaties een harmonieuze samenzang die de schoonheid van het Midi-orgel bezingt.
De plannen zijn geboren toen bleek dat de parochie Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopneming ooit een prachtig oud orgel had, dat een jaar of dertig geleden aan een opkoper is verkwanseld die er een electronisch orgeltje voor teruggaf. Anno nu staat het oude Maurikse pijporgel in een Amsterdamse kerk mooi te wezen.

Pecunia
Een nieuw orgel is er niet zomaar. De bouw ervan kost geld - een ton in dit geval, bijeengebracht met allerlei acties. Maar ook voor het onderhoud zijn pecunia nodig. En zo is eigenlijk het idee voor het Midi-orgel ontstaan.
Storm bedacht dat het orgel zélf een bron van inkomsten zou kunnen zijn door het Utrechtse conservatorium in te schakelen. Daar, op de Hogeschool voor de Kunsten, worden zowel organisten als muziektechnologen opgeleid en die kunnen in de kerk in Maurik lessen volgen.
Daarvoor is het orgel zo aangepast, dat er computers en synthesizers op aan zijn te sluiten. Het orgel kan dan allerlei heel specifieke klanken voortbrengen en de technische ontwikkelingen in de muziekwereld zijn op de voet te volgen.
Prettige bijkomstigheid is dat het Midi-orgel zich tevens leent voor bijzondere concerten.
Jos Beijer zelf, die zich voornamelijk richt op de vertolking van hedendaagse muziek, studeert binnenkort af aan het conservatorium, bij Willem Tanke, omschreven als expert op het gebied van moderne orgelmuziek. Tanke was eerder betrokken bij de bouw van een Midi-beiaard in Japan. Ook hij neemt tijdens het concert op 18 april plaats achter de toetsen, net als organist Willem Jan Cevaal.

Premières
Behalve 'Kroniek' van Jos Beijer zijn tijdens het concert nog twee premières te horen.
Dat is 'Orgelmesse nr. 5' van de Duitse componist Peter Bares, een werk waarbij doorzichtigheid en het klinken van afzonderlijke tonen en dissonanten voorop staan. Bares, vergroeid met de rooms-katholieke liturgische traditie, heeft het werk opgedragen aan Jos Beijer.
Derde premiève is de compositie 'Filamenti III' die René Uijlenhoet schreef in opdracht van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst. In dit werk wordt het orgel beschouwd als de bejaarde koningin van de instrumenten, dat wordt begeleid en soms zelfs aangevallen door een horde jonge electronische klanken. De electronica probeert de generatiekloof te dichten door zich voor te doen als het vervallen binnenwerk van een reusachtig klavecimbel. 'Filamenti III' - filamenti is Italiaans voor gloeidraden - belooft enorme klankmassa's.
In de Maurikse kerk zijn op deze avond tot slot drie recente werken van Willem Tanke te beluisteren: 'My friend the Indian', 'Vijf dansen van de vierde wereld, deel V', en 'Te Deum'.

Top

Gregoriusblad (maart 1998)

 

Pijporgel en elektronische klankmodulen verenigd

Zaterdag 18 en zondag 19 april zal in de r.k. kerk te Maurik (O.L.Vr. ten Hemelopneming) de officiële ingebruikname van een nieuw orgel plaatsvinden. Het gaat om een instrument dat een combinatie is van een akoestisch pjiporgel enerzijds en elektronische klankweergave anderzijds. Het is het eerste in zijn soort. Verschillende docenten van de HKU hebben aan de totstandkoming van dit project bijgedragen. Organist en student Jos Beijer wilde een nieuw instrument voor zijn kerk. Willem Tanke (docent en specialist eigentijdse muziek) en Ernst Bonis, docent klanksynthese, werden ingeschakeld. Door de introductie van het 'midi-orgel' krijgt de orgelbouw en de muziekwereld een nieuwe impuls en mogelijkheden om zich te ontwikkelen op het gebied van de elektronische muziek. Er zijn al enkele compositieopdrachten verstrekt door het Fonds voor de Scheppende Toonkunst. Zondag 19 april zal na de liturgie-viering de mogelijkheid worden geboden (open dag) om kennis te nemen van het nieuwe orgel.

Top

De Gelderlander (14 februari 1998)

 

Elektronische klanken uit orgelpijpen

Maurik heeft primeur met nieuw kerkorgel

Door onze verslaggeefster
MAURIK - De Roomskatholieke Onze Lieve Vrouwe kerk in Maurik krijgt eind maart het nieuwste 'snufje' op het gebied van kerkorgels. Dan wordt namelijk een zogeheten Midi-orgel in de kerk geïnstalleerd. Maurik heeft met dit orgel, dat akoestische pijpen met elektronische klanken combineert, een landelijke primeur.
De 26-jarige orgelstudent aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht én organist in de Maurikse kerk Jos Beijer vond dat het oude orgel in de kerk nodig aan vervanging toe was. "Ik ben veel bezig met muziek van deze eeuw en mijn docent Willem Tanke is een autoriteit op dat gebied. Hij stelde voor een nieuw instrument te laten ontwikkelen dat het karakter en de eigenheid van het pijporgel zou combineren met de nieuwe mogelijkheden van elektronische muziek."
Ruim twee jaar geleden werd de Stichting Orgelfonds Maurik (STORM) opgericht. Deze stichting heeft gezorgd voor het geld dat nodig was om het orgel te kunnen aanschaffen, zo'n anderhalve ton. Ook het Anjerfonds heeft een financiële bijdrage geleverd.
Het Midi-orgel wordt gebouwd door Mensen-Ruiter in Zuid-Wolde (Groningen). Van een bestaand orgel uit een protestantse kerk wordt het Midi-orgel gemaakt, eind maart wordt het in de Maurikse kerk geïnstalleerd. In de kerk worden geluidsboxen opgehangen, zodat ook de elektronische geluiden goed te horen zijn. Het nieuwe orgel heeft drie 'geluiden': het geluid van een gewoon pijporgel, een electronisch orgel of een mengvorm van beide geluiden.
Onder iedere toets wordt een elektronisch contactje geplaatst. Hierdoor wordt niet alleen lucht in de pijp geblazen waardoor een klank ontstaat, maar ook is het dan mogelijk die klank te mengen met elektronische muziek.
Jos Beijer benadrukt dat het niet gaat om een verkapt elektronisch orgel. "Je kan er van alles mee doen. Wat precies, dat ga ik nog uitproberen als het eind maart geplaatst is. Op 18 april wordt het orgel officieel in gebruik genomen."
In andere landen bestaan ook Midi-orgels. "In Amerika bijvoorbeeld. Maar daar is het zo dat de elektronica het orgel kan aansturen, zodat er bijvoorbeeld alleen een diskette nodig is voor de muziek. Dat kan met dit orgel niet. De elektronica kan nooit het orgel bespelen, daar is -gelukkig- toch echt een organist voor nodig."

Top

De Orgelkrant (januari 1998)

 

Nieuw 'midi-orgel' voor Maurik

In het voorjaar van 1988 zal in de Rooms-Katholieke Kerk te Maurik een 'midi-orgel' geplaats worden: een instrument met pijpen èn met de mogelijkheid om via midi elektronische klanken op te wekken. Het project is tot stand gekomen door de samenwerking van verschillende docenten van de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht.

In de orgelkrant van januari 1997 kwam het instrument al even aan de orde. Het Kowalewski-orgel uit Sinzig (1992, PII/9) dat men destijds op het oog had, is bij nader inzien ongeschikt bevonden. Inmiddels zijn er plannen om een ander gebruikt orgel aan te kopen. Het Fonds voor de scheppende toonkunst heeft de componisten Ton Bruynèl en René Uijlenhoet opdracht gegeven om een compositie te schrijven voor het zogenaamde 'midi-orgel'; Ernst Bonis, één van de betrokken docenten, ontwikkelt nieuwe elektronische klanken voor het instrument. Volgens een persbericht van de Utrechtse Hogeschool biedt het orgel mogelijkheden om 'het brakkliggend terrein tussen lichte en moderne klassieke muziek' te onderzoeken en te ontginnen. Ook zouden 'de orgelbouw en de muziekwereld in het algemeen' door de introductie van het instrument 'een nieuwe impuls' krijgen.
 

Top
Geboortedatum pagina: 3 november 1996
Datum laatste wijziging:  24-01-2010
Voor aan- of opmerkingen kunt U de webmaster mailen.