|
| |

Tijdschrift
Tijdschrift
van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht
(februari 1997)
Pijporgel met elektronische klankmodules als 'nieuw' instrument
Pit Hermans
Hebben het klassieke pijporgel en de synthesizer
iets met elkaar te maken?
Van alles, vindt Willem Tanke,
docent hoofdvak orgel aan de Faculteit Muziek.
Met een groepje docenten en enkele studenten
onderzoekt hij hoe de klankspectra van onder meer synthesizers en samplers
en het pijporgel zich tot elkaar verhouden.
Het pijporgel is het meest complexe akoestische instrument dat er bestaat.
Met zijn registers en programmeerbare klankcombinaties
is het als het ware de voorvader van de synthesizer.
De laatste jaren heerst er een duidelijke trend naar
vernieuwing in de orgelbouw en -compositie.
Wij willen hierin
- deels namens de hogeschool -
het voortouw nemen.
Dit door het organiseren van cursussen
rond een binnenkort te plaatsen MIDI-orgel:
een pijporgel dat via contacten onder de toetsen
is verbonden met computergestuurde geluidsapparatuur,
waaronder digitale synthesizers en samplers.
Al op de middelbare school raakte ik geboeid
door het transcendente karakter dat orgelmuziek en
elektronische muziek kunnen hebben.
Ik volgde als orgelstudent lessen elektronische muziek
bij Ton Bruynèl aan het Utrechts Conservatorium.
Bij uitvoeringen van zijn composities bespeelde ik het orgel
en liet een band of cassette met elektronische klanken meelopen.
Na mijn conservatoriumstudie werkte ik een tijd
als programmeur bij een softwarebedrijf en raakte vervolgens
als docent weer bij het Utrechts Conservatorium werkzaam.
Sindsdien heeft het denkbeeld om orgel en computer met elkaar te verbinden
me niet meer losgelaten.
Pleidooi
Ik startte met zowel theoretisch onderzoek als praktische experimenten;
dan kun je denken aan composities en opstellingen in verschillende ruimtes
ter bestudering van bijvoorbeeld de nagalmtijd,
geluidsabsorptie en reflectie van hoog en laag geluid.
In 1992 gaf ik in Frankfurt a/d Oder een lezing over orgelbouw en muziektechnologie,
die werd gepubliceerd onder redactie van de bekende musicoloog Eggebrecht.
De lezing was een pleidooi voor een MIDI-orgel.
Sindsdien werk ik met Ernst Bonis
(docent klanksynthese aan de Faculteit Kunst, Media en Technologie ofwel KMT)
en Jos Beijer
(student orgel en muziektechnologie)
aan de totstandkoming van dit orgel.
Dit niet zonder succes;
het zal in 1998 in Maurik geplaatst worden
en biedt dan de mogelijkheid tot uitgebreid onderzoek.
De financiering voor het MIDI-orgel is gestart
op initiatief van mijn student Jos Beijer.
Toen hij enkele jaren geleden een inzamelingsactie startte
voor een nieuw orgel in zijn kerk,
stelde ik hem voor een MIDI-orgel aan te schaffen.
Hij reageerde enthousiast en wist velen tot bijdragen aan te sporen.
De financiering is momenteel voor een groot deel rond.
Vanaf 1998 willen we rondom dit instrument
interfacultaire projecten organiseren.
De geluidsoverdracht van een pijporgel is uniek,
elke pijp vormt als het ware een aparte luidspreker.
Door het indrukken van de toetsen kunnen de pijpen gaan spreken
en kan tevens de apparatuur in werking worden gesteld.
Er ontstaan dan interessante mogelijkheden op het gebied van
combinatie van akoestische en elektronische geluidsoverdracht.
Nabootsen
Bonis beschikt over kennis op het gebied van muziek en elektronica
die uitstekend toepasbaar is op dit project.
Hij was onder meer betrokken bij het MIDI maken van
een beiaard in Nagasaki (Japan)
en zal vanaf 1998 intensief betrokken zijn bij
interfacultaire projecten rondom het MIDI-orgel.
Jos Beijer studeert aan beide faculteiten
en zal in 1998 een deel van zijn examen Uitvoerend Musicus
ten gehore brengen op het MIDI-orgel in Maurik.
Voor deze gelegenheid zijn onlangs compositie-opdrachten verstrekt aan
de componisten Ton Bruynèl en Peter Bares.
Ook de Interfaculteit speelt een rol in ons project,
aangezien mijn orgelstudent Bas Jongeling de activiteiten rond het orgel
gaat promoten als stage-opdracht in het kader van
zijn studie management aan de Interfaculteit.
Het MIDI-orgel in Maurik zal zeker niet in een isolement staan,
als resultaat van
- laten we zeggen -
de hersenspinsels van een drietal excentriekelingen.
In de Verenigde Staten, Canada en Korea is het al tamelijk gebruikelijk
om orgel van een MIDI-interface te voorzien.
Veelal dient dit om de organist in staat te stellen
andere instrumenten te imiteren,
zoals een piano of een strijkorkest.
Deze toepassing vinden wij zeker niet van primair belang,
mede omdat ze bijdraagt tot negatieve beeldvorming rond
elektronische muziekinstrumenten;
alsof deze bedoeld zijn om 'echte' instrumenten na te bootsen of,
erger nog, te vervangen.
Veel boeiender is het om gebruik te maken van
de enorme rijkdom aan eigen klanken van elektronische apparatuur.
Elders in Europa zullen binnen enkele jaren orgels worden gebouwd
volgens een soortgelijk concept als in Maurik.
Bijvoorbeeld in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel,
op initiatief van Bernard Foccroulle,
de intendant van de opera aldaar die van oorsprong organist is.
Als ik goed geïnformeerd ben,
houdt de Stichting Huygens-Fokker zich momenteel bezig met
de bouw van een orgel met elektronische klankmodules in Amsterdam.
In Hamburg en Berlijn zijn vergelijkbare initiatieven ontplooid.
Astor
Onze situatie kan heel gunstig zijn omdat wij beschikken over
het kader van hoger beroepsonderwijs met faculteiten
die elkaar op dit gebied perfect aanvullen.
Daarbij is het zeker de moeite waard om na te gaan in hoeverre
het Centrum voor Onderzoek van de hogeschool een rol kan gaan spelen.
Proefondervindelijk onderzoeken wij immers de verhouding tussen
akoestische en elektronische geluidsoverdracht in verschillende ruimten.
Een voorbeeld van zo'n praktisch, proefondervindelijk onderzoek:
bij een concert in oktober 1996 combineerde ik
elektronische geluidsapparatuur met het beroemde
Müller-orgel in de Grote Kerk te Haarlem.
In zo'n ruimte gelden akoestisch gezien heel andere normen
dan in een kleine kerk of een concertzaal.
Een interessant bijkomend gegeven is dat een aantal docenten
van Muziek en KMT lid is van het Astor Ensemble,
dat orgel en elektronica combineert met andere instrumenten.
Gebruikte instrumenten in het ensemble zijn een wind-MIDIcontroller
(synthesizer in de vorm van een blaasinstrument),
analoge en digitale synthesizers, slagwerk en orgel.
Met deze groep bespelen we ruimten surround,
wat inhoudt dat de geluidsbronnen het publiek omgeven.
Onze muziek wijst vooruit maar is tevens geworteld in de traditie.
Opvallend in het ensemble is de fascinatie van moderne muziektechnologen
voor zogenaamd 'primitieve' geluiden,
wellicht omdat deze met de essentie van klank te maken hebben.
Buiten de reguliere orgelbouw zijn er de laatste jaren
diverse alternatieve 'oerorgels' ontwikkeld.
Ze produceren geluiden die associaties oproepen met
natuurgeluiden en muziek van natuurvolkeren.
Het is zeker aan te bevelen om zowel via ons MIDI-orgel
als ons ensemble hiermee eveneens te gaan experimenteren.
Soortgelijke activiteiten zijn
- voorzover ik dat kan beoordelen -
ook in andere disciplines van de kunst waar te nemen.
Alsof het postmodernisme plaats maakt voor een stroming
waarin de avantgarde op zoek gaat naar archetypische waarden en normen.
|

Top
Mauriks orgel combineert orgelpijp en luidspreker
Hans Fidom
In de Rooms-Katholieke Kerk te Maurik
zal in 1998 een orgel in gebruik worden genomen,
dat volgens initiatiefnemer Stichting Orgelfonds Maurik (storm)
'een afspiegeling zal vormen van instrumenten
die in de actuele muziekpraktijk een belangrijke rol spelen'.
STORM bedoelt daarmee dat de speeltafel van het orgel een zogenaamde
MIDI-uitgang krijgt, zodat computers, synthesizers en wat dies meer zij
via de speeltafel kunnen worden aangestuurd.
Met andere woorden:
het orgel zal niet alleen op de traditionele manier klanken opwekken
via pijpen, maar ook via luidsprekers. Op haar
homepage op Internet zegt de stichting,
dat ze op deze manier hoopt de relatie
tussen het orgel en de hedendaagse orgelmuziek te herstellen.
Deze relatie zou verbroken zijn rond 1900:
'De orgelbouw kon niet meer aansluiten, onder meer door
het gebruik van inferieure materialen en fabrieksmatige productie'.
Hoewel STORM met die opmerking aangeeft
een gedateerde visie op de geschiedenis van de orgelbouw te onderschrijven,
en zo haar streven naar het herstellen van de relatie tussen orgel
en nieuwe orgelmuziek in een wat wonderlijk perspectief plaatst,
is dat streven op zichzelf het verdedigen waard
- zoals anderzijds vragen bij de combinatie orgelpijp-luidspreker
evenzeer legitiem zijn.
Overigens gaat het in Maurik niet om een nieuwbouwproject:
onder advies van Willem Tanke, Ernst Bonis en hun leerling Jos Beijer
verplaatst orgelbouwer Willi Peter uit Keulen het orgel
uit het cultureel centrum 'Im Zehnthof' in het Duitse Sinzig naar Maurik.
Het instrument is in 1992 gebouwd door Andrzej Kowalewski
uit Braniewo (Polen), onder advies van Peter Bares,
die in Sinzig overigens vooral bekend werd met het Walcker-orgel
in de St.-Peterskirchte (1968).
Dit Walcker-orgel bezit allerlei ongewone speelhulpen
(zoals Mixturensetzer) en registers
(zoals onharmonische aliquoten).
Het orgel dat Mauriks kerk zal sieren is in tegenstelling tot dit
in de jaren '60 en '70 opzienbarende Walcker-orgel veeleer traditioneel.
Het is volledig mechanisch en heeft een betrekkelijk 'normale' dispositie:
negen registers verdeeld over twee manualen
(Manuaal I is een koppelmanuaal;
Manuaal II: Pommer 8, Weidenpfeife 4, Nachthorn 2, Terz 2/5;
Manuaal III: Bärpfeife 8, Rohrflöte 4, Principal 1, Quinte 2/3;
Pedaal: Pommer 16;
koppels en subkoppels van beide manualen aan het pedaal).
Het instrument staat geheel in een zwelkast.
Voor de feestelijkheden rond de ingebruikname van het orgel
in de eerste maanden van 1998 zijn compositieopdrachten verleend aan
Ton Bruynèl, René Uijlenhoet, Peter Bares en Astor Mojave.
|

|